van hier tot ....

Woestijn

16. Woestijn.

We besluiten ons beeld van Israel nog een maal uit te breiden. De woestijn in het zuiden. We probeerden uit te zoeken hoe dat dan met bussen gaat, maar dat is niet echt gelukt. We gaan op goed geluk naar Be'er Sheva, een plaats op de noordrand van de woestijn en zien dan verder. Op zondag gaat heel dienstplichtig Israel (alle mannen, op de ultra-orthodoxe na, voor drie jaar en alle vrouwen voor twee jaar) terug naar de kazernes en oefenterreinen. Waarschijnlijk vooral naar die gebieden waar een blind paard geen kwaad kan doen, de woestijn. In Jeruzalem is het al druk bij de ingang naar de bus, beetje dringerig. Een wat oudere man kijkt het meewarig aan.

In Be'er Sheva blijkt het geen enkel probleem een buslijn te vinden naar Mitzpe Ramon, van waaruit mooie wandelingen te maken zijn. Om echter bus 65 in te komen, moet een veldslag met het Israelische leger gevoerd worden. Gelukkig zijn ze niet meer zo sterk als in de tijd van de 6-daagse oorlog. Henny krijgt pas enigszins ruimte om nog mee te kunnen, als ze zegt dat ze dacht dat mensen in het leger wat vriendelijker, sympathieker, waren.

Al met al valt de reis erg mee. We zijn, na een trip met prachtige vergezichten, al vroeg in Mitzpe Ramon. Het dorp is in 1951 ontstaan met een paar barakken. Mensen, met name ook Roemeense joden vandaar Ramon, kwamen hier naar toe voor de aanleg van een weg. Het is erg afgelegen. In de begin tijd kwam er een keer per week een vrachtauto met eten en drinken. Mitzpe betekent uitzichtpunt. Nu niet alleen voor touristen bedoeld, ook de militaire interesse in het gebied is groot. Ramon was ook de eerste Israelische astronaut, die uiteindelijk om het leven kwam bij de ramp met de Columbus. De immense krater, en nu ook het dorp, is naar hem vernoemd.

Aan het eind van de middag, vlak na zonsondergang lopen we naar de rand van de krater. Een werkelijk prachtig licht met de opkomende duisternis en halve maan boven de vallei.

De volgende morgen staan we vroeg op. De zon is nog net niet op. De wind heeft vannacht de sporen van gister in de woestijn uitgepoetst. Van achter de horizon vervaagt de zon de nacht. Er ontstaat een grijs gebied, met steeds mistiger rijen bergen. Dan is zij er. Haar warm ochtend licht begint aan het rigoreus uitroeien van de laatste flarden van de nacht. Lange schaduwen worden snel korter. De temperatuur neemt toe. De kleuren worden fletser. Het is meer dan licht in de woestijn. De wind waait het stof weer op.

Het wordt niet heet. In de schaduw in het dorp, waar de wind om de huizen waait, is het zelfs fris. We informeren ons over de wandelroutes.

's Middags, tegen 5 uur gaat de zon weer onder. Het is niet anders. Het wordt snel donker en koud. De wind begint weer met het wissen van de sporen.

We zwemmen heerlijk in het warme water van het zwembad bij het hotel.


We wandelen langs de rand van de krater. De krater is 8 km breed, 40 km lang en is op sommige plekken 380 m hoog. Als je op smalle paadjes langs de rand boven de steile wand loopt, dan is het 380 m diep. We komen de Israel National Trail weer tegen en besluiten geen hals brekende toeren uit te halen door af te dalen in de krater. Na ruim een uur lopen gaat de INT recht door, vrijwel recht naar beneden. We houden het voor gezien. We zitten op een steen en we horen niets. Ik bedoel niets. Ik geloof niet dat ik dat ooit zo heb ervaren. De stilte wordt ruw onderbroken door vier straaljagers. Dan is het weer stil. We lopen rustig terug.

Als we ons hebben verbaasd in dit verlaten oord een hotel te zien met kamers met een eigen zwembad, gaan we terug naar ons hotel. We beginnen zin te krijgen een beetje uit te rusten van de vakantie. Het zit er op een haartje na op.


Vaarwel Jeuzalem

15. Vaarwel Jeruzalem.

De sabbat dag gebruiken we om naar het Israel museum te gaan. We lopen met mijn vertrouwde gps een zo kort mogelijke route. Door woonwijken waar op sabbat in gemeenschappelijke ruimten volop het geloof beleden wordt. Langs de Knesset, het museumterrein op. Een juweeltje.

Een grote maquette van Jeruzalem in de tijd van de tweede tempel (die in 70 nChr werd verwoest). We zien waar het heiligste van het heilige gestaan heeft. Waar nu de rotskoepel is dus. Waar de basilika stond, staat nu de Al Aqsa moskee. Het geheel geeft toch een beeld waar nu alle strijd om gaat.

Via de beeldentuin, waar op dit moment Ai Wei Wei twee ijzeren bomen heeft neergezet, komen we bij het pronkstuk van het museum, de zogenaamde Dode Zee rollen.  De documenten, zo'n slordige 3000 jaar oud, blijken teksten te bevatten die goed overeenkomen met de codex van Aleppo. Dit laatste werk uit de 10e eeuw is een hebreeuws handschrift dat o.m. de basis is van het Christelijk oude testament. Een kleine kanttekening moet ik er bij maken. Ik geloof niet dat een opgetekend verhaal, hoe oud ook en hoe vaak ook herhaald daarmee non-fictie is. Mooi en bijzonder blijft het.

We lopen het museum nu binnen en vinden prachtige tentoonstellingen over het Joodse leven, Jeruzalem vandaag, Ai Wei Wei en moderne kunst. Een film over het eerste Joodse getto, voor mij verbazend genoeg in Venetie, is erg indrukwekkend. Het nieuwe getto is van 1516. Het oude getto is, hoe raar, van latere datum. Een Italiaanse professor legt uit dat het woord 'getto' is afgeleid van weggooien en afval (garbage).  

De moderne kunst is, met veelal een werk dat geschonken is door vooral rijke joodse amerikanen, vertegwoordigd met onder meer Giaccometti, Modigliani, Mondriaan, van Gogh, Gauguin, Rothco, Pollock en Feininger.

Kortom een rijk afscheid van Jeruzalem dat we vieren met een klein hapje en een heerlijk toetje in het imposante drie bogen YMCA-hotel.

Sabbat is afgelopen en de straten stromen weer vol. We maken ons op voor een avontuur, met de ezel van de 21e eeuw, de bus, de Negev woestijn in.

Bethlehem, Yad Vashem en wat pareltjes

14. Bethlehem, Yad Vashem en wat pareltjes.

Een georganiseerde excursie naar Bethlehem lijkt ons geen goed idee. We hebben tijd en zoeken uit hoe we met het openbaar vervoer ter plekke kunnen geraken. Simpel, goedkoop en doeltreffend. Israel uit, Palestina in is geen enkel probleem. De grens controle, de grote zware muren en de vele, vele rollen prikkeldraad op de hekken zijn bedoeld om mensen tegen te houden Israel in te komen. We komen aan en worden overvallen door taxichauffeurs die ons willen laten zien waar we lopend wel en met de auto niet kunnen komen. We lopen naar de geboortekerk waar drie godsdiensten er om strijden wie het meest intolerant, het meest ongastvrij en het meest onbeschoft is. In de nieuwe, katholieke, geboortekerk worden we redelijk geinformeerd. Vandaar uit naar de plek van de kribbe onder het hele complex is echter uitgesloten. De rij er naar toe is boven zo lang dat het geheel eronder een ondoordringbare brei van grote groepen , horden, toeristen is met dictatoriale reisleiders. Ondanks de beperkte omvang van onze groep, we zijn immers met zijn tweeen, is er geen doorkomen aan. De wachtrij gaat door een ruimte waar Christo geweest lijkt te zijn. Alles is ingepakt vanwege de restauratie van het complex. Enigszins teleurgesteld verlaten we het kerkelijk gebied.

Veel wordt goed gemaakt door de leuke stad met de mooie markt, maar vooral door Samir. Het eerste pareltje. Een vrolijke, oudere man, die zonder opdringerig te zijn, ons uitnodigt zijn onvolprezen thee of koffie te komen proeven. We beloven na de kerk langs te komen, wat we doen. We nemen de thee van Samir. De thee bevat de volgende verse ingredienten: Munt, Citroen, Koriander, Kaneel, Rozemarijn, Gember, Thym, Salvia en nog een enigszins ondefinieerbaar kruid, een klein beetje suiker en heet water. Velen kennen mijn bedenkelijke waardering voor thee, maar dit is heerlijk. De prijs is wat we er voor willen geven. Gul dus.

We lopen nagenietend terug naar de bus naar Jeruzalem. Bij de grens intensieve, goed bewapende, intimiderende, controle die al onze medereizigers gelaten ondergaan. Wij ook. Buiten worden mensen uit hun auto gehaald en worden gefouilleerd. Geen prettig gezicht. We mogen verder.

Yad Vashem bereiken we met een spiksplinternieuwe light rail trein.

Yad Vashem geeft een naam aan alle joodse slachtoffers van de holocaust. Ook mensen die joden hebben geholpen op welke manier ook krijgen een naam, een herinnering. Het is indrukwekkend om het verhaal dat we uit onze eigen geschiedenis al vaak zijn tegengekomen en kennen, opnieuw te zien. We weten dat er talloze individuele verhalen zijn van overlevenden die we nooit allemaal zullen kennen. Er is weer een groot aantal aan toegevoegd. De belangstelling voor deze memorial is gelukkig heel groot. We zien mensen uit alle windstreken. Jongeren maken daar een groot deel van uit. Dat we niet vergeten.

Op de weg terug naar de light rail zien we een bord dat wijst in de richting van het Hadassa ziekenhuis. Een joods ziekenhuis dat begin vorige eeuw is opgericht met steun van de Rothschild familie. Ook dit was een project van de Yushiv beweging, de joodse gemeenschap in de pre-staat Israel. Het ziekenhuis bezit een twaalftal glas in lood ramen, de voorstelling van de stamvaders van de joden, gemaakt door Marc Chagall. Er gaat een bus heen. Wij op pad. "Nee, dat is vandaag gesloten". We nemen een kijkje in het ziekenhuis en komen bij een informatiebalie. Opnieuw horen we dat het is gesloten op vrijdag en zaterdag, maar zondag is open. Ik zeg dat we dus voor niets uit Nederland zijn gekomen en dat we zondag in de bus zitten. Een bewaker met een automatisch geweer in de hand neemt ons mee. Doet de deur open en de prachtige werken schijnen ons letterlijk en figuurlijk tegemoet. Opnieuw een pareltje. En omdat het gesloten is, hoeven we ook niet te betalen.

Op de weg terug stappen we bij de markt uit. Het is een drukte van belang. We eten naast een grote joodse familie ons pita broodje swarma, en lopen de markt op. Echt een dagelijkse versmarkt. Prachtige groentes, kazen, vlees, noten, kruiden, brood, gebak en joodse attributen zoals gebedskleden en riemen. We scoren druiven, een mango en baklavaachtige lekkernijen. Bijna zo leuk dat we ook van een pareltje kunnen spreken.

Bijna bij het hotel nemen we hnog een biertje op een terras. Als we er van zitten te genieten, kunnen we er nog een bestellen en wel nu want de tent gaat sluiten, sabbat is in aantocht.

Om 17.19 uur gaat er een sirene af. De stad weet dat het nu sabbat is.



Ejeruzalem uit en er weer in

13. De stad uit en weer terug naar Jeruzalem.

Vanuit Jeruzalem maken we een excursie naar buiten. Bloed heet en bloed mooi. We zijn met een groepje van 6 mensen in een prima busje. We rijden de spectaculaire afdaling vanuit Jeruzalem door Palestijnsgebied naar de Dode Zee, die zo'n 200m onder zeeniveau ligt. Langs het meer zijn verschillende palmplantages die veel water onttrekken. Het is een factor in de verdroging van de zee. Ieder jaar trekt de Dode Zee zich een meter terug. Verdroging door de hoge temperaturen. Het water van de rivier de Jordaan wordt in het noorderlijk gelegen meer van Tiberias vastgehouden omdat ook dat meer aan het verdrogen is. De rivier de Jordaan wordt meer en meer een wadi, alleen bij grote regenval stroomt er water door de bedding. Aan de zuidkant van de Dode Zee ligt het 400 m hoger gelegen Massada. Hier werden rond 73nChr de laatste joden door de Romein Herodes verslagen. De groep, op een vrouw en twee kinderen na, pleegde zelfmoord: hun leider, Eliazer Ben Ja'ir, hield, en ik citeer "een even waanzinnige als trotse redevoering", waarin hij de groep opriep te voorkomen dat de vrouwen onrein zouden sterven en de kinderen tot slaven zouden verworden. Weer een mooi verhaal en zeker op een prachtige plek.


Inmiddels is de ruine bereikbaar per kabelbaan. Vandaar een schitterend uitzicht op de woestijnbergen en de Dode Zee. Via een tussenstop bij de vindplaats van de Dode Zee Rollen, die inmiddels in een museum liggen, zijn we de Dode Zee in gedoken. Nu ja figuurlijk dan want er valt niet veel te duiken. Water in je ogen of je mond is eufemistisch uitgedrukt erg onplezierig. Je moet drijven. Zodra je je omdraait draai je bijna automatisch weer op je rug. Een duikelaartje in het water. Zoutgehalte boven de 33%. We smeren ons ritueel in met de mineraal rijke klei en hebben even een zeer zacht, glad huidje.

Via Jericho, met zicht op de oude stad, je weet wel van Joshua en de omtuimelende muren, rijden we terug naar Jeruzalem. Bij de grens worden niet of nauwelijks gecontroleerd en hebben we zicht op de immense muren die op de grens zijn gebouwd door Israel. Niks omtuimelen.


Na een korte wachttijd mogen we de volgende morgen een kwartiertje op de Tempelberg kijken. De Al Aqsa moskee en het gebouw onder de rotskoepel is, om ongeregeldheden te voorkomen, niet toegankelijk voor niet islamieten. Overigens komen orthodoxe joden hier niet omdat deze plek in hun visie alleen betreden mag worden door de hoge priester hemzelf. Wij genieten van het prachtige complex, de gebouwen aan de buitenkant.

Als we via de Joodse wijk van de oude stad lopen, zien we prachtige gebouwen op de plek die in de oorlog in 1948 en later tijdens de zesdaagse oorlog in 1967 behoorlijk in puin lag. We ontmoeten een ober, waarmee we door een toevalligheid aan de praat raken. Hij is van oorsprong een Parijzenaar. Een jood. Sinds enkele jaren is het ondraaglijk voor joden in Parijs. Vijf jaar geleden is hij verhuisd naar West Jeruzalem. Gevlucht dus.

We lopen naar buiten de stadsmuur, richting de graftombe van koning David. Bussenvol volk ook daar. De plek waar waarschijnlijk de tafel van het laatste avondmaal heeft gestaan wordt ontsierd door reisleiders die een heel verhaal houden bij een kunstboompje dat daar per vergissing staat. Voor mij is het niet de enige vergissing in dit geheel.

Enerzijds prettig anderszijds wrang is het om bij het oude holocaust museum achter het tombecomplex vrijwel geen touristen tegen te komen. In die rust zijn we weer onder de indruk hetgeen de joden is overkomen in de tweede wereldoorlog.


We zijn, noodgewongen, verhuisd van een hotel in het sfeervolle arabische Oost Jeruzalem, naar het steriel overkomende mondaine deel van West Jeruzalem. Net achter de brede Jaffastraat waar tot de zesdaagse oorlog de muur tussen Oost en West stond. Vaker gehoord, zoiets.

Jeruzalem

12. Jeruzalem.

Goed Jeruzalem dus. Backpack per bus en niet per ezel. Een suggestie die we niet hebben overgenomen. We zijn niet op de vlucht. Op het busstation zoeken we uit waar het geboekte hotel is. We stellen de routeplanner in en gaan op pad. We lopen door een wijk waar kinderen bang worden als je naar ze kijkt. Op een gegeven moment worden we aangesproken door een man die ons in het engels op vriendelijke wijze vertelt dat het ongepast is om met korte mouwen en korte broek door de wijk te lopen. Sommige ultra orthodoxe joden kunnen kwaad worden. We zijn onwetend in de verkeerde wijk gekomen. Hier wordt jiddisch gesproken omdat hebreeuws de taal is die is voorbehouden aan de religie en de studie van het woord. Een wijk waar man en vrouw niet samen door heen lopen. Met maps.me (mijn gps) kom je nog eens ergens. Nee, dan het arabische Oost-jeruzalem waar ons hotel staat. Dat ademt gemoedelijkheid uit. De mensen zijn vriendelijk, lachen en zeggen gedag. Er wordt geleefd.

Vanuit het hotel trekken we de oude stad in. Veel bewapende bewaking.

We lopen over de via dolorosa waar langs de statien van de kruisweg van Jezus zijn weergegeven. Deze weg voert via het doolhof van de souk naar de heilige grafkerk. Met alle respect, het is er een chaos. Het is niet een kerk, maar 30 kerken. Elke christelijke stroming heeft er zijn onderkomen, zijn heiligdom. Het schijnt dat de monniken van de verschillende stromingen elkaar soms zelfs bevechten. Tijdens ons bezoek mogen we dan hier, dan daar, niet in omdat er een dienst gaande is, afgelopen is of juist gaat beginnen. Je struikelt over de knielende mensen bij bijzonderheden, zoals de steen waarop Jezus gezalfd zou zijn. Voor de kleine, uiteraard lege, grafplek in het immense gebouw staat een lange rij.

Het ligt aan mij, ik weet het. Het verhaal dat ooit een wederopstanding, en wel hier, heeft plaatsgevonden wordt er voor mij niet waarschijnlijker door. De arabische kooplui in de souk vullen hun portemonnee met de verkoop van souvenirs die die onwaarschijnlijkheid zeker niet uitstralen.

Als we uit de oude stad terug lopen naar het hotel, stuiten we op een alternatieve plek waar golgota en het graf van Jezus zouden zijn geweest. De tuin tombe, bij een heuvel waar een schedel is gevonden, is ooit ook een lege tombe gevonden. Het feit dat hij leeg is wordt als bewijs gezien dat het de tombe van Jezus geweest zou kunnen zijn. Sorry, maar zo lust ik er nog wel een. In de tuin is 's avonds een concert. Gratis. Een strijkkwintet speelt werken van o.m. Bach, Mozart, Piazzola, Joplin (Scott en niet Janis) en Gerswin. Op de grens van Oost en West Jeruzalem.

We lopen een deel van de stadsmuur en zien de culturen voorbij trekken. De christelijke kerken, de synagoges, de moskeeen. De Al aqsa moskee. Onder ons de groepen toeristen. Bij de westelijke muur, ook bekend als klaagmuur, doen de orthodoxe en ultra orthodoxe joden hun gebeden. Er worden 13 jarige jongetjes man, de bar mitswa. Een feestelijk mannen gebeuren waar de oma's, moeders, zussen en tantes van achter een afscheiding naar mogen kijken.

De Tempelberg boven de muur, huisvest het heiligste van het heilige. De rots onder de gouden koepel. Misschien wel het meest omstreden stukje aarde. Er is in de loop der eeuwen, millennia, gebouwd op gebouwd op gebouwd en verwoest en verwoest. De tunnel onder het huidige plaveisel toont de fundamenten van de klaagmuur van eeuwen her. Halverwege de tunnel zijn we het dichts bij het heilige der heilige. Er is een plek waar vrouwen komen bidden. Ver weg van de mannen en uit het zicht.

De rondleidster wil zonder welke discussie dan ook laten zien dat het Joods erfgoed en eigendom is. Op de vraag van een 7-jarig jongetje waarom er niet een volgende tempel is gebouwd op deze plek: "alleen als de hele wereld er om vraagt zullen de Joden hier een nieuwe tempel bouwen." Punt uit.

We zoeken een restaurantje voor de avond en gaan op pad. We zijn te vroeg. We gaan de hoek om en verbazen ons erover dat er zo veel volk blijkbaar naar huis loopt. Even verder lijkt er feest op straat. Het blijkt een demonstratie vanuit de extreem orthodoxe wijk te zijn die het spitsverkeer volledig lam legt. Er dreigt een wet aangenomen te worden die ook de ultra orthodoxe joden verplicht dienstplicht te vervullen. De rest van de maatschappij accepteert de vrijstelling niet langer. De orthodoxen accepteren de wet niet. De politie grijpt niet in als de halve stad wordt lamgelegd door een sit-in. Ons bekruipt de vraag wat er gebeurd als arabieren of palestijnen zich zo zouden manifesteren. We zullen het niet weten.

De Israel National Trail, aangepasr.

11. De Israel National Trail (INT), aangepast.

De stad Haifa uit is niet eenvoudig. Zeker niet als de bussen naar Osafya rijden, wij naar Isfiya willen en dat dan hetzelfde blijkt te zijn. Op goed geluk vragen we de chauffeur ons in het centrum van Isfiya of Osafya te willen waarschuwen . We stappen uit, strijken neer voor de koffie en het bestuderen van de kaart. Vergelijk met de werkelijkheid levert een verrassend beeld: we zitten precies op het punt waar de trail het bos, het Carmel Forest National Park, in gaat. Dit is het grootste park van Israel en is in december 2010 getroffen door een enorme bosbrand. Het herstel is wel zichtbaar, maar de gevolgen van de brand ook. Langzaam maar gestaag banen we ons een weg door het bos. De aanloop naar de beklimming van de berg Shokef, is een afdaling in een droge waterval (contradictie in terminus, maar dat terzijde) met hele steile stukken. Een leuning en later klimijzers staan ons letterlijk en figuurlijk terzijde. De berg op wordt omschreven als 'moderate'. Gemiddeld een slechts 15% helling. 'Moderate' is echt een subjectief begrip. Boven hebben we wel een prachtig uitzicht, waar we ruim de tijd voor nemen. Handig als je op adem moet komen.

De afdaling is zeker goed te doen. We merken dat we na 3 uur lopen op papier slechts 4,5 km hebben gelopen, volgens mijn gps systeem 6 km, toch erg weinig. We besluiten een 'eigen weg' naar het plaatsje Ein Hod te lopen, langs iets bredere en minder rotsachtige dreven. Er zijn wegwerkzaamheden aan de gang, waarschijnlijk in verband met bosherstel. We lopen door een stuk waar allerlei, naar ik aanneem, gedenkstenen staan. Mensen uit de USA maar ook uit Nederland. (We kunnen er niets over vinden op internet). We raken wel even de weg kwijt, lopen wat heen en weer en vinden het verstopte bospaadje toch. We moeten door een stroomdalletje, dat slechts vochtig is en komen op de goede weg. Een man met een auto staat bloemetjes te determineren met in zijn handen een flora en over zijn schouder een automatisch geweer. Ik denk er het mijne van en Henny ook (het mijne, dus we zijn het eens).

Hoe mooi is de taal. Ik heb het plaatsje Ein Hud aangezien voor Ein Hod en we komen dus een beetje verkeerd uit. Gelukkig ligt op de weg van Ein Hud naar Ein Hod een prachtig hotel in Nir Ezyon. Een joods orthodox hotel. Mannen in vol zwart ornaat, jongetjes met pijpekrullen, jongetjes van een jaar of 18 met hoge hoeden, mannen met gebedskleden, vrouwen met pruiken, prachtig allemaal. Wij horen er niet bij, dat is duidelijk. We worden geen blik waardig gegund. Ze schrikken als je sjaloom zegt en wenden zich af. Kortom een hele ervaring. We eten kosher, heerlijke gerechten.

's Ochtends is de orthodoxe mens opgewekter dan in de avond. Het mazzeltov is, relatief gesproken, niet van de lucht. We gaan opgewekt de brede, gladde, licht naar beneden lopende weg op en passeren het kunstenaarsdorp Ein Hod. Daarna is het over met de mazzeltov. Het wordt op de INT weer klimmen en klauteren, dippen en dalen, dat het een lieve lust is. Dat lieve is snel over. Sommige stukken zijn zo venijnig stenig en steil dat het niet echt leuk meer is. We kachelen door tot de vulkanische grotten die mogelijk onder water zijn ontstaan. Nahal Me'arot. Er zijn resten van de eerste mens ontdekt. Een world heritage site. Wel wrang als we weten dat de USA en Israel de UNESCO (de VN organisatire die plekken het predikaat 'world heritage' kan geven) hebben verlaten omdat die organisatie te veel aandacht heeft voor de Palestijnen. Wij komen op een bankje even bij en lopen dan naar de weg. Bussen zijn er niet overvloedig in dit verlaten oord, dus steken we de duim op. Een vrouw stopt, vraagt waar we heen willen en waar we vandaan komen. Bij het laatste antwoord slaakt ze een kreet. Haar dochter is net vanmorgen vertrokken naar Nederland, Rotterdam waar ze met haar vriend woont. Ze vraagt waar we logeren en als we zeggen dat we dat nog niet weten, heeft ze twee alternatieven. Een ervan is een vriendin met een B&B (zonder breakfast). Ze belt en alles wordt geregeld. De vriendin vertelt dat haar zoon gisteren de marathon van ...Amsterdam heeft gelopen. Zikhron Ja'akov is een leuk modern westers stadje met mooie huizen en leuke eetgelegenheden. De basis van de settlement is, als een dertigtal andere, in de jaren dertig van de vorige eeuw gelegd door baron Rothschild. Joodse nederzettingen voordat er sprake was van een Joodse staat. Rothschild haalde europese landbouwkundigen naar de settlements om de landbouw op te zetten. Onder meer de druiventeelt. Er is een prachtig park waar de baron en zijn vrouw zijn (herbegraven).

Een goed glas Israelische wijn en een lekkere warme douche doen het afzien van vanochtend vergeten. We zijn wel blij dat we het wandelen in dit gebied een beetje kort hebben gehouden.

De volgende morgen biedt onze gastvrouw aan ons naar het punt te brengen waar we de INT weer willen oppakken. Daar waar het wat vlakker wordt. Onderweg biedt ze aan ons in Ceasarea, waar we heen willen lopen weer op te halen. Hoeven we geen onderdak te zoeken in een, naar later blijkt, elitair, duur stadje. We stemmen in met het voorstel, zodat we ook zonder rugzak kunnen lopen. Flesje water, fototoestel. We lopen langs een oud romeins aquaduct via een arabisch dorp naar zee. Een paar arabische jongens willen van alles van ons weten. Amsterdam dat lijkt hun wel wat. Hier is het leven ook goed, maar goed goed. Het is zoals het is. We lopen naar de kust, waar kleine vissersbootjes liggen. Primitieve onderkomens met bijbehorende opslagplaatsen. Armoedig. We lopen over strand . Ontmoeten een arabische man waarmee we de situatie in de wereld bespreken. Hij heeft lang in Duirsland gewoond. In West Europa is alles veel kalmer. Hier is alles opgefokt. Tussen joden en arabieren, tussen sjiieten en soennieten, alles. Niemand wil vechten, niemand wil oorlog. We zullen wel moeten, het is de wapenindustrie in Israel, in Amerika, in Europa die vrede onmogelijk maakt. Nu is het Syrie, als dat voorbij is, is het weer ergens anders. In Azie of Afrika of... Hij vindt het zichtbaar leuk en interessant om er met ons over te praten. Wij ook. Israel is een gescheiden leefwereld. Toen ik gisteren met onze liftdame even over religie begon, schakelde ze snel over op haar waarneming van overtrekkende flamingo's. We moeten Israel leuk en aardig vinden. Geen twijfel, de mensen zijn allemaal aardig, behulpzaam en gastvrij.

We hebben onze ervaringen met de INT nog eens bekeken en constateren dat het beter is die niet meer te volgen. Het is zwaar, soms gevaarlijk en het is toch erg heet. We weten zeker dat we Jeruzalem niet lopend zullen halen. Geen ramp, gewoon verstandig. We lopen vanuit de kustplaats Netanya nog een paar lange stukken over het strand. Genieten van het warme water. We maken een nieuw plan. We hebben lopend het St. Pieter in Rome bereikt, we hebben lopend de plek waar St. Pieter in Europa aankwam bereikt en we hebben lopend de plek waar het eerste huis van St. Pieter stond bereikt. Petrus zal trots zijn. We nemen zondag de bus naar Jeruzalem.


Terug naar de kust, Haifa

Soukot.

Israelisch voor het 7 dagen durende loofhuttenfeest. De avond voor de laatste dag is het grote feest en alles is gesloten. We merken niet zo veel van feesten. Het heeft er, vreemd genoeg, alle schijn van dat het binnen gevierd wordt. De volgende dag, de laatste dus, is gewoon sabbat. Geen bussen. Ons plan naar Haifa te reizen strandt aan het strand van het meer van Tiberias. We zijn een beetje besluiteloos bij het, gesloten, bustation. Gaan we terug naar het hotel van vannacht, gaan we liften. Waar komen we dan uit? Henny stelt voor een hotel in te lopen en te vragen om goede raad. Een alleraardigste, ik zou haast zeggen allerliefste, receptioniste zoekt uit hoe laat de bussen weer gaan rijden. De eerste bus naar Haifa vertrekt om 16.45 uur. "Waar gaan jullie dan naar toe? ". Dat weten we nog niet. "Zal ik even kijken of we iets op internet kunnen vinden?" "Nou, graag", zeg ik blij verrast. Ze zoekt en vindt iets wat er acceptabel uitziet. "Ik bel wel, is het misschien goedkoper". Uiteindelijk maak ik de deal met het hotelletje in Haifa, via haar telefoon, rond. Ze probeert nog even of een taxi naar Haifa financieel aantrekkelijk is. Toch een beetje te duur.

We vertoeven de hele dag aan het meer. We kijken een beetje terug op de gelopen trail. De fikse klauterpartijen. De warmte. De grote sinaasappel-, olijven- en, vooral, afgedekte bananenplantages hebben we niet vermeld. Dat we een koeienkadaver langs een waterstroom aan het eind van de kloof tegenkwamen, hebben we om ethische redenen niet verteld. Dat is niet vol te houden blijkbaar. Het meest beklijven de ontmoetingen met de mensen. Mensen die je welkom heten en niets teveel is je te helpen. Met als ultieme metafoor de 'high five' van de kinderen.

Uiteindelijk blijven we drie nachten in Haifa. Om naar een goed beginpunt te komen om (gedeelten) van de Israël National Trail te gaan lopen zijn we afhankelijk van de bus. Zaterdag is weer gewoon sabbat en dan rijden er geen bussen in de regio. We bekijken de stad. Die is onderverdeeld in hoog, nieuw, duur en laag, oud en onbestemd. Het gemeentebestuur heeft besloten het lage deel weer aantrekkelijk te maken, maar als we er rond lopen stellen we vast dat er nog genoeg te doen is. We gaan met een kabelbaantje naar boven en bezoeken eerst een karmelietenklooster en komen voor de tweede keer de naam van Edith Stein tegen. Een Poolse jodin, geboren aan het eind van de  19e eeuw, die via haar studie fenomenologie en psychologie zich katholiek laat dopen. Ze ontkomt niet aan de holocaust. Een interessant verhaal.

Als we verder lopen komen we eerst bij een van de belangrijkste heilige plaatsen van de bahai. Het voert te ver om hier erg veel meer over te vertellen. Belangrijk is dat in die visie de religieuze leermeesters geplaatst moeten worden in hun eigen tijd. Behalve de goddelijke principes is er in de leer een aantal uitgangspunten die goed aansluit bij die van de huidige tijd, waaronder de gelijkheid van man en vrouw, en vooral een onvermijdelijke wereldvrede.

De heilige plaats is goed beveiligd en als we langs een bepaalde route weer weg willen, kan dat niet. De bewaker vraagt of we uit Nederland komen, we ontkennen dat niet. Hij roept 'Drachten'. Daar blijkt familie te wonen. Saaiste stad van Nederland, dat op Amsterdam en Rotterdam na in zijn geheel saai is. In zijn visie is saai goed. Je kunt beter ruzie maken over de prijs van koffie en thee dan over oorlog en vrede zoals hier. Een opvatting die we met hem delen.

Verder naar beneden komen we bij een aantal oude, duitse huizen. Gesticht door protestantse kerkelingen aan het eind van de 19e eeuw. Nog steeds zijn duitse bijbelteksten boven de deuren van de huizen te zien.

We genieten van het warme water van de middellandse zee en de ondergaande zon. Morgen trekken we weer verder.





Jesus trail

9. De Jesus Trail

In geen enkel boek kom ik de trappen van Nazareth tegen. Mijn boek zal het eerste zijn. De trappartij is zo stijl dat je spieren onder de druk van de rugzak (eerste dag met volle bepakking) de spanning net aan kunnen. Na om 6.00 uur te zijn opgestaan, ontbijtje, dan meteen 200 hoogtemeters overwinnen maakt het zoet van de afdaling nog zoeter. Door de buitenwijk van de stad gaan we door een rotsachtig, verdord, landschap naar beneden. Het pad is voortreffelijk aangegeven. Er is weinig beschutting tegen de zon, een heel open terrein, het is goed dat we vroeg op weg zijn. Onderweg naar Cana maken we een tussenstop bij de oude byzanthijnse en romeinse opgravingen van Zippori. Ieder apart naar de hoogtepunten, zodat het zonder de rugzak kan. Henny eerst. Ze stelt vast dat belangrijkste bewaarde mozaieken niet toegankelijk zijn. Hans gaat dus niet naar de gesloten deuren kijken. Inmiddels zijn we bij de kiosk (koffie, ijs en, zoals een man het formuleerde, opgevulde dieren voor de kinderen) omgeven door veel Israeliers die er met het kroost een zondags museum uitje van maken. Vanuit het overwegend arabische Nazareth is het of je in een andere wereld komt. Salam is weer veranderd in Sjalom. Het laatste stuk, voor Cana, is, als we het bos uitkomen, ongelooflijk smerig. Puin, troep, afval, je kunt het zo smerig niet bedenken. De tegenstelling is groot met het welkom van spelende kinderen. Het sjalom klinkt regelmatig en ze komen naar ons toe voor een 'high five'.

Cana is een drukke, arabische, stad. De christelijke wereld wordt er gedomineerd door de bruiloft waar Jezus, als eerste van zijn wonderen, water in wijn veranderde. Geen interessante recepten gevonden overigens.

Tussen kerk en moskee ligt het "Cana wedding guest house". Arabische christenen die een gastvrij huis hebben waar je tegen een alleszins redelijke vergoeding kunt vertoeven. Ik probeer met de hulp van de zoon des huizes een hotel te boeken voor de volgende nacht. Dat lukt niet, loofhuttenfeest. Het al vijftig jaar bestaande orthodox joodse hotel in kibbutz Lavi is volledig vol. De zoon denkt in oplossingen. 'Je loopt erheen, je neemt de bus terug en slaapt weer hier'. Zo heeft ieder nadeel weer een voordeel, vrij naar JC, ook in dit geval. We kunnen nu zonder een zware rugzak de wandeling fluitend maken.

Dat valt dan weer een beetje tegen. Sterker nog het weer zit niet mee. Sinds april heeft het hier niet geregend. Nu dus wel. De dikke stoflaag op de paden van de trail verandert in dikke, plakkerige klei en alles, met dennenaalden en al, blijft aan onze schoenen plakken. We zijn doorweekt. Gelukkig is het nog steeds 23 graden. De regen tikt tegen de kruidige gewassen die meteen beginnen te geuren. De gewassen die overigens hun zaden op verschillende manieren beschermen. Hetzij door scherpe doornige takken en bladeren, hetzij door ze in te kapselen. Fotogeniek. We breken de wandeling iets eerder dan gepland af, leggen aan voor koffie. Eten een pannetje shakshuka (recept opzoeken, maken, heerlijk met brood en tahin saus hmmmmm). Schuilen daarmee voor nog een lange onweers plensbui. Ik had het niet direct verwacht hier nog zo van een warme douche te genieten.

Dan van een koud zwembad. Met de bus naar kibbutz Lavi hotel. We krijgen een kop koffie en gaan kuierend en keuvelend op pad. Langs de veehouderijen van de kibbutz, waar met verouderd materieel wordt gewerkt. We weten dat het in de 60- en 70- er jaren als solidariteit in was om als vrijwilliger naar een kibbutz te gaan. Er is toch wel veel veranderd.

We lopen in de richting van twee bergen. Hier versloegen de moslims in 1187 de kruisvaarders. Het leidde bijna tot de val van het koninkrijk Jeruzalem. De slag wordt herdacht met een monument, waarvan de hebreeuwse en arabische teksten door vandalen onleesbaar zijn gemaakt. Vandalisme met een politiek karakter? Het keuvelen valt stil. Kuieren wordt klauteren. We zijn blij dat het droog is. De beloning van de beklimming mag er zijn. Een prachtig uitzicht op het meer van Tiberias, Galilea. Omringd door schitterende vergezichten. Tot aan berg Tabor aan toe. De opdoemende berg Arbel met een scherpe kloof rand zou zich prima lenen voor een bergrede. Hoewel de vragen of de bergrede niet een veldrede is geweest en waar dan wel niet definitief worden beantwoord, lijkt het hier niet geweest te zijn. Het had zo maar gekund. Inmiddels genieten we van een stijle, rotsachtige, moeilijke afdaling om via de weg en een pad door het veld, aan te leggen bij de familie Sarvit. We slapen in een slaapzaal, maar genieten van een koud zwembad.

In het guesthouse vind ik een, enigszins gedateerd, boekje met info over de trail. Duidelijk is dat de afdaling na de beklimming van de berg Arbel erg moeilijk is. Er is een alternatief. Het verschil op de kaart is duidelijk. Van de berg mag je niet met de fiets, op het alternatief wel. We nemen voor de laatste etappe van de trail het alternatief. Passeren een opgraving van een eeuwen oude synagoge en gaan dan de berg af, de kloof in. Het kan gewoon niet met de fiets, zelfs niet als je hem op je schouders mee naar beneden wil nemen. We zien twee antilopes en veel marmotten, murmeldieren zouden we zeggen. Tussen twee bergen lopen we richting het meer van Tiberias. Lopen langs een paar campings en komen uiteindelijk, het is inmiddels bloed heet, bij het dorp Tabgha. Hier zijn een drietal plaatsen waarvan men zegt...

De broodvermeerderingskerk, waar onder het altaar een steen ligt waarop dit wonder van brood en vis zou hebben plaatsgevonen. De kerk op de heuvel waar de bergrede zou hebben plaatsgevonen. Waar we mooie spreuken uit die preek kunnen lezen. In steen gebeiteld. De kerk op de plek aan het meer van Galilea waar Sint Pieter heeft gewoond. Hier zou Jesus over het water naar een vissersboot zijn gelopen. Nu mag je er dan ook niet zwemmen.

We hebben wat ons betreft de trail volbracht. Moe maar tevreden nemen we de bus naar Tiberias waar we op de laatste avond voor de laatste dag van het loofhuttenfeest aankomen. Dat is echt feest: alles, echt alles, wat ook maar enigszins joods is, is gesloten. We eten heerlijk in een libanees restaurantje aan de boulevard langs het meer.